Deze week vinden de competentietoetsen voor de meeste studenten van de opleiding plaats. Zo ook voor ons als eerste jaars. Ik heb alle toetsen er inmiddels al op zitten, maar er zijn nog medestudenten die alles morgen afronden. De competentietoetsen zijn in drie delen verdeeld: nautisch, technisch en beladen. Voor mij stond maandagochtend als eerste onderdeel 1 van de competentietoets technisch uitvoerend (CTU) op het programma. Tijdens dit deel in de machinekamer simulator, moesten we beide hoofdmotoren opstarten vanaf de situatie ‘dood schip’. Toen alles eenmaal op volle kracht draaide, dienden we allerlei gegevens van alle systemen te noteren. Daarna was het tijd voor de beoordeling.

Na de machinekamer simulator, konden we even pauze nemen, want we hadden als groepje twee tussenuren. We zaten echter niet stil, want de competentietoets nautisch uitvoerend (CNU) stond die middag voor ons gepland. Bij CNU was het de bedoeling dat we eerst onze reis zouden voorbereiden, voor aanvang van de toets zelf. Eenmaal aangekomen bij de brugsimulatoren, konden we onze ‘echte’ reis voorbereiden door onder andere onze eerder gemaakte waypoints in de kaart te zetten en de koerslijnen te tekenen. Nadat iedereen er klaar voor was, werd de simulatie gestart en stonden we er helemaal alleen voor. Posities in de kaart zetten, de VHF uitluisteren en gebruiken, het roer bedienen, het op de uitkijk staan voor andere schepen in de omgeving: het was voor het eerst tijdens de opleiding dat we dit allemaal alleen moesten doen.

De simulatie begon bij mij met een schip pal aan stuurboord. Het was natuurlijk zaak om een mogelijke aanvaring te voorkomen. Dit lukte, en na een tijdje kon ik mijn koers aanpassen richting mijn waypoints. Na het uitwijken voor een overstekende veerboot, was het tijd om me te melden bij één van de kuststations door middel van de VHF. Om tijd te winnen, werden we daarna in de simulatie een stuk dichter bij de eindbestemming, Duinkerken, geplaatst. Op deze manier konden we ook de haven zelf nog aan gaan lopen. Ook hier was er een lastige situatie gecreëerd: een schip had net een loods afgezet, en kwam ineens met volle kracht op je af. Snel stuurboord uit, en tussen de aanwezige midvaartwaterboei en de loodsboot door. Bij het laatste stuk van de toets was het zaak om je schip in de vaargeul richting Duinkerken te krijgen en te houden. Op ongeveer halverwege van de vaargeul zat de tijd erop, en kregen we een evaluatie over hoe we het er van af hadden gebracht.

Tijdens de tweede en meteen laatste dag zouden wij onze competentietoetsen afronden. ‘s Ochtends gingen we de machinekamer in, om deel 2 van CTU te volbrengen. Hierbij moesten we vragen beantwoorden over motoren in het algemeen, en wat gedetailleerde vragen over de Wärtsilä in de machinekamer. We moesten een paar gegevens opzoeken in één van de handleidingen van de motor, en we moesten een doorlopend krukweg-diagram tekenen. Ten slotte moesten we eigenlijk de kleppen van de Wärtsilä gaan controleren, en zo nodig bijstellen, maar door het ontbreken van de voelermaatjes was dit op dat moment niet mogelijk. Na een evaluatie was het tijd voor het derde en laatste onderdeel van CTU: elektro.

Bij elektro moesten we gaan werken met kasten, die heel anders werkten dan dat we gewend waren. We kregen er echter wel een goede uitleg over, dus het was goed te doen. We kregen een schema van een schakeling die we moesten gaan maken, en daarbij moesten we eerst de goede nummertjes van de kast uit de plattegrond overnemen. Deze nummertjes corresponderen in de kast naar bijvoorbeeld een relais, een lamp of de draaistroommotor. Na het invullen van de nummertjes, konden we gaan beginnen met het daadwerkelijk aansluiten van de schakeling. Met behulp van de eerder opgezochte nummertjes, was dit ook zonder oefening goed te doen, en krijg je ongeveer het resultaat zoals te zien is op de tweede foto. Indien de schakeling goed werkte, konden we voor bonuspunten nog één of meer storingen opsporen.

De derde en laatste competentietoets vond later die middag plaats. Voor deze competentietoets beladen uitvoerend (CBU), moesten we afreizen naar een locatie van het STC in de Waalhaven in Rotterdam. Het was de bedoeling dat wij daar als S2 drie ‘ruimen’ en het ‘dek’ van een schip gingen vullen. De plaats van de te plaatsen lading stond op een stuwplan. Er was ook een S1 toegewezen, die natuurlijk de leiding over jou als S2, en de belading zelf had. De lading werd door VMBO-leerlingen in de containers, de ‘ruimen’, geplaatst. Tijdens mijn beurt als S2 kwamen we er echter achter dat de lading in de ruimen voor geen meter klopte, en dat er gevaarlijke lading geplaatst was op een plek waar dat ten strengste verboden was. Onze taak was dus op dat moment het verplaatsen van die lading naar de juiste plaats. Na een korte evaluatie, zat ook deze laatste competentietoets er weer op.